Monday, 13 April 2015

PIKANT; STORY OF MY LIFE: Moeders' geheim voor eeuwige jeugd

De lente is er en dat laat niemand onberoerd. Terwijl jongelui overdreven bloot de stadsparken bezaaien met lege bierblikjes, is de eerste rokjesdag al geweest op een Caribische winterdag. Helaas is de Hollandsche eerste-zonnestraalhysterie niet voor iedereen weggelegd, met de bijbehorende opkomst van de voorjaarskwaaltjes. De eerste roodverbrande kreeften zijn al gespot en de pollenagenda is hotter dan een Playmate-kalender. Snotterend en krabbelend aan mijn eerste muggenbult bel ik mijn moeder voor wat helende energie.

Mijn moeder is onlangs 52 geworden en er wordt nog steeds gevraagd of ze mijn zus is. Dit klinkt als een leuk compliment voor beiden, maar ik heb een traumatische puberteit achter de rug met leeftijdsgenoten die een versierpoging maakten. Velen vragen wat haar geheim is en hoe ze in vorm blijft. Ze trekt wel eens een baantje, maar ze eet en rookt wat ze wil en houdt van een glaasje wijn. Als ik haar vraag hoe ze haar eeuwige jeugd zelf verklaart, stickert ze meteen een onmetelijke hoeveelheid aan boeddhistische spreuken op mijn bumper. Om Hare Alwetende een beetje in te tomen, dien ik derhalve gerichter vragen te stellen. 

Ik begin over eten, omdat ik van huis uit heb geleerd dat daar alle antwoorden in zitten. Grappig genoeg draait zij dit om en zegt: “Ik eet niet om me goed te voelen, maar voel me goed en eet!” Ze beweert dat schuldgevoel de grootste dikmaker is. Als ik erover nadenk, is er inderdaad een antipathie tegen allerlei soorten eten ontstaan in de afgelopen jaren. Je kunt geen M&M meer eten zonder dat deze vertaald wordt in aantal minuten op de crosstrainer. Volgens mijn moeder zijn je smaakpapillen een godsgeschenk, dat je niet in de bek mag kijken. Als je lekker in je vel zit vanuit deze state of mind, kun je schuldvrij genieten van elke hap. Amen.  


Zoetzure komkommers zijn de garnering voor ongeveer elk Surinaams gerecht, van een broodje bakkeljauw tot aan een uitgebreide nasischotel. Niet alleen is het een makkelijk recept, maar de pittige variant van mijn moeder bevat uitsluitend ingrediënten die afzonderlijk als natuurlijk wondermiddel dienen voor de voorjaarskwaaltjes.

  • 1 komkommer, in plakjes gesneden | Komkommerschijfjes op je verbrande huid zijn de beste aftersun
  • 1 rode ui, in ringen gesneden | Leg een halve ui onder je bed tegen kriebelhoest
  • Azijn, 1/3 aangelengd met 2/3 deel water | Sprenkel na het douchen een laagje azijn op je voet tegen voetschimmel en jeukende kloofjes
  • Zout en suiker naar smaak | Zout- of suikerkorrels met een beetje spuug over de muggenbult wrijven laat de jeuk verdwijnen als sneeuw voor de zon
  • Een halve Mme Jeannette-peper, fijngesneden | Druk het sap uit een peper met een vork en meng het met een glas limoensap tegen hooikoorts

Leg de komkommer en rode ui in een schaal. Giet een scheut azijnwater erover tot alles nét onder staat. Als ik vraag aan mijn moeder hoeveel scheppen zout en suiker erin moeten, weigert ze een concreet antwoord te geven en adviseert ze om gebruik te maken van mijn welopgevoede smaakzin. Proef dus telkens of je goed gaat. De Mme Jeannette-peper zeer fijn snijden en erdoor mengen, kijk uit dat je vingers hierna uit de buurt van je gezicht en andere edele delen blijven. Dek de schaal af en laat de smaken minimaal een halve dag intrekken. Je kunt het wekenlang in de koelkast bewaren, dus zorg altijd dat je genoeg maakt.

Friday, 10 April 2015

WTF? (WHAT THE FOOD?): 10 no go's als je uit eten gaat

Arme Nederlander. We doen zo hard ons best om een ware eetcultuur te ontwikkelen, maar bepaalde boerse gebruiken zijn er maar niet uit te krijgen. De verfijnde Japanse keuken heeft zich noodgedwongen op de consument aangepast tot all-you-can-eat sushischuren, terwijl de gastronomische Italiaanse cuisine inmiddels een snackbarstatus heeft verworven (‘effe een pastaatje’). Onze lunchpauzes zijn de kortste van het vasteland van Europa en onze nationale specialiteiten komen uit een frituurpan. Met een overvloed aan keuze en een tekort aan tijd, is het ook niet verrassend dat we van verfijnd eten geen kaas hebben gegeten. Dit zijn de meest gehoorde flaters die we slaan, waar onze buitenlandse tafelgenoten hun schouders (en neus) voor ophalen:

1.       ‘Doe mij maar een witte wijn met ijs’
Als je een Bourgondische wijnboer zou vertellen dat zijn levenswerk ‘op smaak’ wordt gebracht met drie ijsklontjes, zou hij zichzelf waarschijnlijk ophangen aan zijn eigen wijnstokken. De serveertemperatuur voor witte wijn ligt idealiter tussen de 8 en 12 graden Celsius, afhankelijk van het karakter van de wijn. Mocht je behoefte hebben aan een koele verfrissing, neem je wijntje lekker mee naar buiten.

2.       ‘Eén ambachtelijk stukje roodvlees, welldone graag!’
Soms vergeten we wellicht dat er een dier gestorven is voor onze consumptie. Er blijken zelf stadskinderen te zijn, die de tekenopdracht krijgen een kip te tekenen en niets anders kennen dan de Albert Heijn-verpakte filets. Tenzij je zwanger bent, zien koks het doorbakken van hun versproduct als een pijnlijke steek na de slachting. Zowel de smaak als de structuur worden zo betekenisloos als een hamburger van de McDonald’s, zonder broodje en zonder saus.

3.       ‘Mag ik wat extra kaas bij de carpaccio?’
Wat weinig mensen weten, is dat in Nederland de carpaccio volledig uit zijn verband gesneden is. Van oorsprong horen de plakken wat dikker te zijn, zodat ze onbevroren gesneden kunnen worden en hun sappige vleessmaak bewaren. Wij hebben het gedegradeerd tot veredeld broodbeleg, het liefst verstopt onder een flinke pluk sla. Het arme vlees, dat volledig wegvalt in een bad van pestodressing, wordt volledig overbodig gemaakt door de pittigste der Italiaanse harde kazen: Parmezaan. Natuurlijk kun je een extra bakje krijgen bij je salade met plakjes vlees.

4.       ‘Wilt u mijn vis fileren?’
Voor de Hollander, die nog net het plastic van een verpakking afkrijgt, is het wellicht geen vreemde vraag. Er zijn er zelfs die durven te vragen of hun knoflookgamba’s gepeld kunnen worden door de serveerder. Dit wordt vaak nog ondersteund door het vreemde argument, dat degene die het visgerecht bestelt ‘niet van graatjes houdt’. Mocht deze persoon ooit in de jungle verdwalen, zal hij of zij de hele dag op zoek moeten naar naaktslakken. Niet alleen vraag je de kelner om zijn serveerhanden vuil te maken voor je luie onbekwaamheid, tevens worden de smaken het best gewaarborgd wanneer je direct van de graat of uit de schaal eet. Leer het, of laat het.

5.       ‘Een koffie verkeerd alstublieft, met extra suiker’
De naam zegt het al, koffie verkeerd. Wanneer een Ethiopiër op één glas water per week zijn koffiebonen brandt, stelt hij zich vast niet voor dat deze eindigen in een vloeibare mokkataart. Het ergste aan het verhaal, is dat degenen die het bestellen vaak pas om hun extra suiker vragen wanneer de koffie op tafel wordt gezet. Ergens ligt deze anticipatiefout bij de kelner, die zou moeten begrijpen dat de desbetreffende persoon niet is gekomen voor de koffie- en vast een extra zakje op het schoteltje kan leggen.

6.       ‘Ik heb liever gewoon een Dame Blanche…’
Nederlanders zijn kieskeurig als het gaat om desserts, een ironisch feit gezien ze de uitvinder zijn van de vlaflip. Chefkoks proberen hier op in te spelen met creatieve combinaties van ambachtelijk gedraaid ijs, kleurige vruchtenbereidingen en exotische specerijen. Toch durven mensen te vragen of de kok buiten zijn speciale aanbod een fornuispit vrijhoudt om chocola te smelten, om deze vervolgens over het ambachtelijk gedraaide vanille-ijs te kwakken. Elke chef met enig zelfrespect stuurt zijn onopgevoede gast dan ook zonder toetje naar bed.

7.       ‘Eén witbier met citroen graag’
Mexicanen lachen smakelijk om het feit dat wij hun speciaalbieren drinken met limoen, terwijl zij deze uitsluitend in de flessenhals proppen om vliegjes weg te houden. Nog twintig slokken beschamender dan dat, is hoe een bierland met zijn eigen brouwsels omgaat. Vanuit onze eigen zuidelijke provincies stromen elk zomerseizoen de beste witbieren naar terrassen over het hele land, gebrouwen met liefde en een natuurlijk frisse bitter. De onnodige toevoeging van citroen zorgt er enkel voor dat de schuimkraag inzakt en het koolzuur doodslaat. Geen wonder dat zelfs de vliegen het niet meer hoeven.

8.       ‘Heeft u ook een portie frites? Met veel mayonaise!’
We hebben het hier wel over een restaurant, niet over een snackbar. Het is vergelijkbaar met naar de slager gaan en vragen om twee halfjes casinowit. Mocht je stress krijgen van een liefdevol bereide pomme dauphine of een artisanale risotto als garnituur, is het wellicht raadzaam om jezelf te beperken tot de veiligheid van je eigen stamcafetaria.

9.       ‘Wilt u aan de kok doorgeven dat we haast hebben?’
Als je op een terras aan de Middellandse zee zit, mag je in je handen klappen als er binnen tien minuten een kelner aan tafel komt. Vreemd genoeg lijkt de lokale bevolking hier totaal geen notie van te nemen, omdat deze uit eten gaan als een ontspannende gelegenheid beschouwt. In een land waar fastfood in alle vormen en voedingswaarden beschikbaar is, is het ronduit schandalig dat restaurantkeukens op scherp worden gezet door de gast rond lunchtijd. Bespaar driekwart van je lunchgeld door een broodje kroket te halen- en investeer het resterende bedrag in een boek over time management.

10.   ‘Ik wil graag de kabeljauw, maar zonder de saus en een ander garnituur’
Tenslotte de kroon op het werk van de kieskeurige boerenkinkel. Alhoewel de kok wederom zijn best heeft gedaan om producten het best tot hun recht te laten komen in een bepaalde smaakcombinatie, kan menigeen het niet laten om zelf de chef uit te hangen. Natuurlijk zijn wij opgevoed door de veredelde afhaalaziaat, waar je in drie stappen je eigen gerecht kunt samenstellen. Het wordt derhalve makkelijk om te vergeten, dat bij een beetje restaurant alle ingrediënten niet smaken naar nummer 48.