Friday, 20 November 2015

Scherts zo zwart als roet

Ironie (v.) 1. bedekte spot, waarin het tegenovergestelde wordt gezegd dan is bedoeld (*)
              2. wending der gebeurtenissen die als spot ervaren kunnen worden (**)

Toen het WikiWoordenboek nog een dikke Van Dale was, kon ik er op een regenachtige zondagmiddag gerust anderhalf uur doorheen bladeren. Dit was voordat onze sobere Nederlandse taal verrijkt* werd met woorden als selfiestick, tweet/tweette/getweet en Zwartepietendiscussie. Over dat laatste wil ik graag een paar woorden liever kwijt dan rijk:

Het was vorig jaar rond deze tijd, dat de straten verlicht werden en de schappen vol lagen met snoepgoed en zoetwaar. Dat goed en waar niet voor iedereen weggelegd is, bleek toen mijn beste vriendin in de nacht van vier op vijf december weeskind werd. Terwijl kinderen in het hele land wakker werden om te zoeken naar een goedgevulde schoen, ontdekte mijn vriendin dat er een paar schoenen miste bij de centrale verwarming in de hal**. Door de vermissing en alles wat erna kwam is de hele discussie over Zwarte Piet aan mijn nabije vriendengroep voorbijgegaan als een traan in de stortende Decemberregen. Een jaar later komen de zwart geschminkte skeletten weer uit de kast en worden er op social media en in praatprogramma’s antwoorden gegeven op vragen die niemand heeft gesteld. Bijvoorbeeld het vergezochte verband tussen de op de Spaanse Moren gebaseerde volksvriend en de slaven die reeds honderden jaren dode Nederlanders massaal hebben geporteerd. Terwijl iedereen erop los speculeert over speculaas**, lijkt niemand in het bezit van enig relativeringsvermogen. Na alle #meningen en #meningenovermeningen is het moment aangebroken dat iemand een beetje perspectief strooit in één of andere hoek.

Vraag 1 | Hoe pedagogisch verantwoord is het Sinterklaasfeest werkelijk?
Stel, je bent een peuter met een hart vol verwachting. Zodra de eerste chocoladeletter je blik vangt aan de kassa van de supermarkt, besef je dat de jaarlijkse wisselkoers van goed gedrag tegen cadeaus en zoetigheid weer begonnen is. Wie zoet is, krijgt een iPad met World of Warcraft terwijl elders een bittere oorlog wordt gevoerd. Ondanks dat je ouders je geleerd hebben niet bij vreemden op schoot te klimmen, geldt de uitzondering voor oude mannen met een glimmende staf en een zak vol lekkers**. Deze laatste zin lijkt controversieel, maar omwille van de enige echte Nederlandsche traditie is het blijkbaar verantwoord. Na jarenlang het spel te hebben meegespeeld met je ouders, vertellen ze je tegen elk opvoedkundig moraal in dat het hele verhaal bij elkaar gelogen is. In het kader van relativeringsvermogen, is de echtscheiding waar je als Nederlandsch kind één derde kans op maakt hierna gesneden koek*.   

Vraag 2 | Is het feest dan echt de enige Nederlandsche traditie?
Bart Smit en de Jamin zullen allicht antwoorden met een stellig ‘ja’, maar de oorspronkelijke figuur waarop de Sint is gebaseerd blijkt een Oostblokker die vanuit het toenmalige Klein-Azië het geloof kwam verspreiden in Europa. Dat had hij nu eens moeten proberen*. Ironisch genoeg was bisschop Nikolaos een rijke wonderwerker, die de minder bedeelden voorzag in een stukje medeleven door stiekem geld te verstoppen in hun schoeisel. Zo ongeveer het tegenoverstelde van de grenzen sluiten voor oorlogsvluchtelingen**.

Vraag 3 | Hoe kan er zo gepassioneerd worden gediscussieerd over iets dat niet bestaat?
Er is niemand die zich bekommert over het lot van onderdrukte konijnen tijdens de jaarlijkse viering van de wederopstanding van Jezus. De vurige Zwartepietendiscussie (ik kan nog steeds niet geloven dat mijn spellingcheck het goedkeurt) is zelfs overgewaaid naar de staten waar wij de EU mee delen. Waar bemoeien ze zich mee? Wij zeuren toch ook niet over de witte KKK-mutsen die Spanjaarden dragen tijdens Pasen, of dat ongehoorzame kinderen in Oostenrijk te horen krijgen dat de duivel ze op Kerstnacht in elkaar komt slaan. Ik verzin het niet.

En dan de vraag die meer angst en segregatie veroorzaakt dan 129 doden in Parijs:

Vraag 4 | Wat als de traditie stopt?
Ergens heb zelfs ik een nostalgisch gevoel bij 5 december. Op de schoot van mijn als Sinterklaas verklede tante en daarnaast mijn als Zwarte Piet verklede oom. Ik lijk er op de foto’s niets van door te hebben, dankzij mijn fixatie op de grote zak en vermoedelijk een verhoogd suikergehalte. Toen mijn moeder het nieuws brak dat mijn hele opvoeding had kunnen ontkrachten, maakte ik mij vooral zorgen over de cadeaus. Door haar te chanteren met mijn jongere zusje die de waarheid (nog) niet kende, heb ik uiteindelijk onderhandeld naar nog vijf jaar een gevulde schoen.

Maar wat moet Nederland zonder Zwarte Piet? Het rolmodel van de immigranten, wie kent ‘m niet? Misschien stort echt de wereld in als we onszelf losmaken van geloof en traditie, maar dan wat? We zijn Nederlanders, bekend om onze inventieve oplossingen. Terwijl de wereld prostitutie afkeurt, erkent ons land het oudste beroep van de wereld en wippen we er nog tevens een belastingcent uit. Half Nederland hoort onder water te staan, maar hardvochtige boeren bouwden vernuftige systemen om hun klompen droog te houden. In dít land is het homohuwelijk uitgevonden, tegen wereldwijde tradities in.

Wanneer ik al mijn eigen antwoorden lees, besef ik dat ik ze niet heb. Ik heb geleerd dat je niets zeker weet, maar dat je wel iets zeker kunt voelen. Of het nu pijn is door verlies, angst voor het onzekere, of #fuckinggelukkig. Ik voel zeker voor die laatste, in tegenstelling tot mijn spellingcheck. Het geluk vind ik door antwoorden te zoeken in mijn vrienden. En ironisch genoeg vormt die vriendschap het antwoord op verlies**.

KRUIDNOTEN CHEESECAKE

Voor het verjaardagsdiner van mijn vriendin, heb ik haar favoriete dessert gemaakt. Om de associatie met 5 december weer wat zoeter te maken, heb ik in plaats van koekkruimels kruidnoten voor de bodem gebruikt.

Dit recept en bovenstaand schrijven draag ik op aan haar en haar moeder.






Bodem

Springvorm 23cm
350g kruidnoten
5el gesmolten boter

Verkruimel de kruidnoten in een keukenmachine, of doe wat ik doe en schakel een kind in om te helpen. Kids likken hun vingers erbij af en de kleine handjes zijn er uitermate geschikt voor. Meng de boter met de kruimels en beleg de bodem van de springvorm (je kunt ook een handje kruimels bewaren om de taart mee te garneren). Bak de bodem 10 minuten in een voorverwarmde oven op 175 graden en begin aan de vulling. 




Vulling

900g MonChou (op kamertemperatuur)
250g kristalsuiker
snufje zout
3 vanillestokjes
4 grote eieren
150ml sour cream
150ml slagroom

Klop de MonChou in een mixer en voeg geleidelijk aan de suiker en zout toe. Laat de mixer draaien, terwijl je vanillestokjes opensnijdt en met een theelepel de korrels eruit schraapt. Voeg deze met de overige ingrediënten geleidelijk toe aan het mengsel. Je hebt een flinke mixer nodig hiervoor, of een vastberaden hand om het tot een romig geheel te maken.

Haal de taartbodem uit de oven en wanneer deze afgekoeld is, omwikkel je de onderkant van de springvorm met stevige aluminiumfolie. Het gaat erom dat er geen water via de onderkant naar binnen kan lopen, dus gebruik indien nodig meerdere lagen folie voor de zekerheid. Schenk de vulling over de bodem en leg de springvorm in een passende ovenschaal. Schenk een laag kokend water om de taart tot halverwege de hoogte van de springvorm en plaats deze in de oven. Bak de taart in anderhalf uur op 160 graden. Wanneer de taart klaar is, kun je de oven eerst een uur op een kier laten om deze rustig te laten afkoelen. Het scheelt scheurtjes in de bovenkant en het huis ruikt heerlijk.


Topping

400ml sour cream
30g poedersuiker
1 vanillestokje

Meng de sour cream met de poedersuiker en de inhoud van het vanillestokje. Zet het mengsel in de koelkast totdat je de taart serveert. Leg de afgekoelde taart minimaal 4 uur in de koelkast, voordat je deze opdient. Smeer de topping met een spatel over de taart en zing een Sinterklaasliedje wanneer je de taart opdient.


Friday, 22 May 2015

WTF? (WHAT THE FOOD?): De 10 meest belachelijke foodtrends

Mode is een geweldig verschijnsel waaraan de tijdsgeest zich meet op het gebied van menselijke ontwikkeling. Helaas is het fenomeen de laatste jaren ook een culinair begrip geworden, waarin raw food ineens hot werd en vergeten groente retro. Elk voedselonderzoek dat geretweet of geshared wordt is absolute waarheid -en dankzij Iens.nl hoeven we helemaal niet meer na te denken wat we zelf lekker vinden. Tijd om te ontnuchteren en eens even ouderwets te twisten over smaak.

1. Superfood
Ondanks een steeds scherper immigratiebeleid, zijn het afgelopen jaar steeds meer exotische zaden en vruchten tussen de douane door geglipt. Gojibessen, quinoa en spirulina zijn de namen die de tongen van health freaks doen worstelen. Dat de gewassen altijd groener zijn aan de andere kant van het hek, blijkt wanneer in Amerika ons doodgewone boerenkool als superfood wordt verklaard. Vroeger deden wij normaal al gek genoeg, tegenwoordig loop je linksdraaiend achter als je geen vogelvoer uit de centrale vallei van Mexico door je rechtsdraaiende yoghurt mengt.

2. Wijnonderzoeken
Regelmatig worden er vruchtbare onderzoeken gepubliceerd, waarin de nieuwe voordelen worden gepresenteerd van het drinken van wijn. Hoeveel excuses hebben we nodig om schuldvrij van ons glas Bourgogne te genieten en nog belangrijker: wat zegt dit nu eigenlijk over onze onderzoekers? In plaats dat zij hun onderzoekend oog laten vallen op gevaarlijke substanties als suikerbommende Ice Tea, kijken zij liever wat dieper in het glaasje.

3. Glutenallergie
Dan de nieuwste hit bij de ik-doe-graag-moeilijk-om-het-moeilijk-doen-restaurantbezoeker. Dat het een trend mag heten, is omdat een daadwerkelijke allergie voor gluten niet bestaat. Zowel een tarweallergie of coeliakie (meer een glutenintolerantie) zijn zodanig zeldzaam, dat het schandalig is dat er lukraak mee gestrooid wordt door eters die graag een voor hen speciaal aangepast gerecht krijgen. Hoe speciaal deze gasten eigenlijk zijn, blijkt wanneer ze na afloop een Dame Blanche* en het koekje bij de koffie vrolijk naar binnen werken.

*het bindmiddel in roomijs bevat gluten

4. All-you-can-eat
Zowel de health freaks als de glutenvrijen zijn er wekelijks te vinden, aan hun twee uur beschikbare tafel. Japanse delicatessen worden in een Orient Express-vaart van het ontdooivak naar de mond van de veelvraat gewerkt, doorgaans door Chinezen. Dat hiermee het algehele respect voor eten volledig opgerold is in een California maki, blijkt in het feit dat mensen in en rondom sushiland honderden balen rijst plukken per week om er zelf slechts een handvol van te mogen versmaden. In het kader van ‘je bent wat je eet’, zijn wij zelf de plofkip geworden die we massaal afkeuren.

5. Biologisch
Een nog sterker staaltje marketing dan superfood is het concept biologisch. Alsof niet-biologische tomaten synthetisch gemaakt zijn met een 3D-printer. Talloze onderzoeken wijzen verschillende voordelen uit over biologische producten, wat unaniem is dat het afhangt van het keurmerk. Het EKO-keurmerk strijdt tegen chemische middelen, het Demeter-keurmerk pleit voor koeknuffelen vóór de slacht en Milieukeur vindt alles best dat Moeder Natuur niet aantast. Elke kant van het verhaal laat een andere beschaduwd, neem bijvoorbeeld het scharrelei (of kun je tien kippen op één vierkante meter ook laten scharrelen?). Als de reputatie van je aankoop belangrijker is dan de daadwerkelijke herkomst, is de intentie zo lui als een legbatterijkip. Gebruik je biologisch verstand.

6. Kookprogramma’s
In een druk land waar magnetronmaaltijden de overhand nemen in de schappen, bakt heel Holland er thuis niets van. Chefkoks hebben een popsterstatus verkregen door een halfuur lang over een blad sla door te zingen, precies de tijd die Thuisbezorgd.nl nodig heeft om het bankzittende gezin te voorzien van een rijsttafel. Van piepkuikende kids tot aan vergeten groente-oudjes, het hele gezin smult ervan. Natuurlijk is het lief dat grootmoeder belt om morgenavond te leren aan de kleintjes hoe je échte appeltaart maakt, maar helaas gaan ze dat niet redden tussen de naschoolse opvang en Junior Masterchef…

7. Lobby tegen fastfood
Alhoewel de naam ‘fastfood’ geen pretentie op zich draagt, blijken mensen nog steeds verrast over de ongezondheid ervan. Niemand is toch in de veronderstelling om bij de KFC een bucket van zijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) binnen te krijgen? En hoe verbazingwekkend is een collectieve verbazing op social media over de voedingswaarde van een Big Mac? Laten we de fastfoodketens niet meer verantwoordelijk stellen voor ons BMI, bovendien is een week niet gezondigd ook niet gezond.

8. Bestellen op tablet
Dankzij de nieuwe technologie is de hele wereld in verbinding, althans de wereld binnen WiFi-bereik. Toen onze ouders naar de tekenfilmserie ‘The Jetsons’ keken, werd er lacherig gedaan over de geromantiseerde schets van een toekomst waarin mensen door robots werden vervangen. Deze toekomst is aangebroken en het is niet om te lachen. De gast had toch al moeite om de kelner aan te kijken, omdat tegenwoordig de telefoon op tafel continu in de gaten gehouden moet worden. Gelukkig hebben de restauranthouders er een oplossing voor: digitaal je bestelling invoeren op een iPad. Wat is de volgende ontwikkeling in deze technologische revolutie/sociale devolutie*, Robot Masterchef?

*doorswipen wat niet van toepassing is

9. Light
Het fenomeen ‘light’ is zeker niet van gisteren, alhoewel het prima past in de strijd tegen onze nieuwe vijand suiker. Aspartaam en stevia zijn de wapens waarmee we onze zoete verslaving te lijf gaan. Dat het net zo kwalijk is als methadon, blijkt wanneer het de hersenen een signaal geeft dat het (slechte) suikers binnenkrijgt en de stofwisseling er vooralsnog een zooitje van maakt. Waarom zouden we onszelf überhaupt laten wennen aan een klontje minder, als we een reageerbuisje meer van iets anders erin kunnen doen?

10. Foodblogs
Een goede blog smaakt het beste met een flinke scheut zelfspot. Dankzij social media is iedereen vandaag de dag foodrecensent geworden, compleet met hongerverdrijvende hashtags. Natuurlijk is het recht aan een ieder voorbehouden om zijn/haar culinaire mening te bloggen/vloggen/#watklinktnogviezerdanvloggen, maar laat het duidelijk zijn dat niemand zoveel verstand heeft van smaak als ik. Mijn eigen smaak, wel te verstaan. 

Monday, 13 April 2015

PIKANT; STORY OF MY LIFE: Moeders' geheim voor eeuwige jeugd

De lente is er en dat laat niemand onberoerd. Terwijl jongelui overdreven bloot de stadsparken bezaaien met lege bierblikjes, is de eerste rokjesdag al geweest op een Caribische winterdag. Helaas is de Hollandsche eerste-zonnestraalhysterie niet voor iedereen weggelegd, met de bijbehorende opkomst van de voorjaarskwaaltjes. De eerste roodverbrande kreeften zijn al gespot en de pollenagenda is hotter dan een Playmate-kalender. Snotterend en krabbelend aan mijn eerste muggenbult bel ik mijn moeder voor wat helende energie.

Mijn moeder is onlangs 52 geworden en er wordt nog steeds gevraagd of ze mijn zus is. Dit klinkt als een leuk compliment voor beiden, maar ik heb een traumatische puberteit achter de rug met leeftijdsgenoten die een versierpoging maakten. Velen vragen wat haar geheim is en hoe ze in vorm blijft. Ze trekt wel eens een baantje, maar ze eet en rookt wat ze wil en houdt van een glaasje wijn. Als ik haar vraag hoe ze haar eeuwige jeugd zelf verklaart, stickert ze meteen een onmetelijke hoeveelheid aan boeddhistische spreuken op mijn bumper. Om Hare Alwetende een beetje in te tomen, dien ik derhalve gerichter vragen te stellen. 

Ik begin over eten, omdat ik van huis uit heb geleerd dat daar alle antwoorden in zitten. Grappig genoeg draait zij dit om en zegt: “Ik eet niet om me goed te voelen, maar voel me goed en eet!” Ze beweert dat schuldgevoel de grootste dikmaker is. Als ik erover nadenk, is er inderdaad een antipathie tegen allerlei soorten eten ontstaan in de afgelopen jaren. Je kunt geen M&M meer eten zonder dat deze vertaald wordt in aantal minuten op de crosstrainer. Volgens mijn moeder zijn je smaakpapillen een godsgeschenk, dat je niet in de bek mag kijken. Als je lekker in je vel zit vanuit deze state of mind, kun je schuldvrij genieten van elke hap. Amen.  


Zoetzure komkommers zijn de garnering voor ongeveer elk Surinaams gerecht, van een broodje bakkeljauw tot aan een uitgebreide nasischotel. Niet alleen is het een makkelijk recept, maar de pittige variant van mijn moeder bevat uitsluitend ingrediënten die afzonderlijk als natuurlijk wondermiddel dienen voor de voorjaarskwaaltjes.

  • 1 komkommer, in plakjes gesneden | Komkommerschijfjes op je verbrande huid zijn de beste aftersun
  • 1 rode ui, in ringen gesneden | Leg een halve ui onder je bed tegen kriebelhoest
  • Azijn, 1/3 aangelengd met 2/3 deel water | Sprenkel na het douchen een laagje azijn op je voet tegen voetschimmel en jeukende kloofjes
  • Zout en suiker naar smaak | Zout- of suikerkorrels met een beetje spuug over de muggenbult wrijven laat de jeuk verdwijnen als sneeuw voor de zon
  • Een halve Mme Jeannette-peper, fijngesneden | Druk het sap uit een peper met een vork en meng het met een glas limoensap tegen hooikoorts

Leg de komkommer en rode ui in een schaal. Giet een scheut azijnwater erover tot alles nét onder staat. Als ik vraag aan mijn moeder hoeveel scheppen zout en suiker erin moeten, weigert ze een concreet antwoord te geven en adviseert ze om gebruik te maken van mijn welopgevoede smaakzin. Proef dus telkens of je goed gaat. De Mme Jeannette-peper zeer fijn snijden en erdoor mengen, kijk uit dat je vingers hierna uit de buurt van je gezicht en andere edele delen blijven. Dek de schaal af en laat de smaken minimaal een halve dag intrekken. Je kunt het wekenlang in de koelkast bewaren, dus zorg altijd dat je genoeg maakt.

Friday, 10 April 2015

WTF? (WHAT THE FOOD?): 10 no go's als je uit eten gaat

Arme Nederlander. We doen zo hard ons best om een ware eetcultuur te ontwikkelen, maar bepaalde boerse gebruiken zijn er maar niet uit te krijgen. De verfijnde Japanse keuken heeft zich noodgedwongen op de consument aangepast tot all-you-can-eat sushischuren, terwijl de gastronomische Italiaanse cuisine inmiddels een snackbarstatus heeft verworven (‘effe een pastaatje’). Onze lunchpauzes zijn de kortste van het vasteland van Europa en onze nationale specialiteiten komen uit een frituurpan. Met een overvloed aan keuze en een tekort aan tijd, is het ook niet verrassend dat we van verfijnd eten geen kaas hebben gegeten. Dit zijn de meest gehoorde flaters die we slaan, waar onze buitenlandse tafelgenoten hun schouders (en neus) voor ophalen:

1.       ‘Doe mij maar een witte wijn met ijs’
Als je een Bourgondische wijnboer zou vertellen dat zijn levenswerk ‘op smaak’ wordt gebracht met drie ijsklontjes, zou hij zichzelf waarschijnlijk ophangen aan zijn eigen wijnstokken. De serveertemperatuur voor witte wijn ligt idealiter tussen de 8 en 12 graden Celsius, afhankelijk van het karakter van de wijn. Mocht je behoefte hebben aan een koele verfrissing, neem je wijntje lekker mee naar buiten.

2.       ‘Eén ambachtelijk stukje roodvlees, welldone graag!’
Soms vergeten we wellicht dat er een dier gestorven is voor onze consumptie. Er blijken zelf stadskinderen te zijn, die de tekenopdracht krijgen een kip te tekenen en niets anders kennen dan de Albert Heijn-verpakte filets. Tenzij je zwanger bent, zien koks het doorbakken van hun versproduct als een pijnlijke steek na de slachting. Zowel de smaak als de structuur worden zo betekenisloos als een hamburger van de McDonald’s, zonder broodje en zonder saus.

3.       ‘Mag ik wat extra kaas bij de carpaccio?’
Wat weinig mensen weten, is dat in Nederland de carpaccio volledig uit zijn verband gesneden is. Van oorsprong horen de plakken wat dikker te zijn, zodat ze onbevroren gesneden kunnen worden en hun sappige vleessmaak bewaren. Wij hebben het gedegradeerd tot veredeld broodbeleg, het liefst verstopt onder een flinke pluk sla. Het arme vlees, dat volledig wegvalt in een bad van pestodressing, wordt volledig overbodig gemaakt door de pittigste der Italiaanse harde kazen: Parmezaan. Natuurlijk kun je een extra bakje krijgen bij je salade met plakjes vlees.

4.       ‘Wilt u mijn vis fileren?’
Voor de Hollander, die nog net het plastic van een verpakking afkrijgt, is het wellicht geen vreemde vraag. Er zijn er zelfs die durven te vragen of hun knoflookgamba’s gepeld kunnen worden door de serveerder. Dit wordt vaak nog ondersteund door het vreemde argument, dat degene die het visgerecht bestelt ‘niet van graatjes houdt’. Mocht deze persoon ooit in de jungle verdwalen, zal hij of zij de hele dag op zoek moeten naar naaktslakken. Niet alleen vraag je de kelner om zijn serveerhanden vuil te maken voor je luie onbekwaamheid, tevens worden de smaken het best gewaarborgd wanneer je direct van de graat of uit de schaal eet. Leer het, of laat het.

5.       ‘Een koffie verkeerd alstublieft, met extra suiker’
De naam zegt het al, koffie verkeerd. Wanneer een Ethiopiër op één glas water per week zijn koffiebonen brandt, stelt hij zich vast niet voor dat deze eindigen in een vloeibare mokkataart. Het ergste aan het verhaal, is dat degenen die het bestellen vaak pas om hun extra suiker vragen wanneer de koffie op tafel wordt gezet. Ergens ligt deze anticipatiefout bij de kelner, die zou moeten begrijpen dat de desbetreffende persoon niet is gekomen voor de koffie- en vast een extra zakje op het schoteltje kan leggen.

6.       ‘Ik heb liever gewoon een Dame Blanche…’
Nederlanders zijn kieskeurig als het gaat om desserts, een ironisch feit gezien ze de uitvinder zijn van de vlaflip. Chefkoks proberen hier op in te spelen met creatieve combinaties van ambachtelijk gedraaid ijs, kleurige vruchtenbereidingen en exotische specerijen. Toch durven mensen te vragen of de kok buiten zijn speciale aanbod een fornuispit vrijhoudt om chocola te smelten, om deze vervolgens over het ambachtelijk gedraaide vanille-ijs te kwakken. Elke chef met enig zelfrespect stuurt zijn onopgevoede gast dan ook zonder toetje naar bed.

7.       ‘Eén witbier met citroen graag’
Mexicanen lachen smakelijk om het feit dat wij hun speciaalbieren drinken met limoen, terwijl zij deze uitsluitend in de flessenhals proppen om vliegjes weg te houden. Nog twintig slokken beschamender dan dat, is hoe een bierland met zijn eigen brouwsels omgaat. Vanuit onze eigen zuidelijke provincies stromen elk zomerseizoen de beste witbieren naar terrassen over het hele land, gebrouwen met liefde en een natuurlijk frisse bitter. De onnodige toevoeging van citroen zorgt er enkel voor dat de schuimkraag inzakt en het koolzuur doodslaat. Geen wonder dat zelfs de vliegen het niet meer hoeven.

8.       ‘Heeft u ook een portie frites? Met veel mayonaise!’
We hebben het hier wel over een restaurant, niet over een snackbar. Het is vergelijkbaar met naar de slager gaan en vragen om twee halfjes casinowit. Mocht je stress krijgen van een liefdevol bereide pomme dauphine of een artisanale risotto als garnituur, is het wellicht raadzaam om jezelf te beperken tot de veiligheid van je eigen stamcafetaria.

9.       ‘Wilt u aan de kok doorgeven dat we haast hebben?’
Als je op een terras aan de Middellandse zee zit, mag je in je handen klappen als er binnen tien minuten een kelner aan tafel komt. Vreemd genoeg lijkt de lokale bevolking hier totaal geen notie van te nemen, omdat deze uit eten gaan als een ontspannende gelegenheid beschouwt. In een land waar fastfood in alle vormen en voedingswaarden beschikbaar is, is het ronduit schandalig dat restaurantkeukens op scherp worden gezet door de gast rond lunchtijd. Bespaar driekwart van je lunchgeld door een broodje kroket te halen- en investeer het resterende bedrag in een boek over time management.

10.   ‘Ik wil graag de kabeljauw, maar zonder de saus en een ander garnituur’
Tenslotte de kroon op het werk van de kieskeurige boerenkinkel. Alhoewel de kok wederom zijn best heeft gedaan om producten het best tot hun recht te laten komen in een bepaalde smaakcombinatie, kan menigeen het niet laten om zelf de chef uit te hangen. Natuurlijk zijn wij opgevoed door de veredelde afhaalaziaat, waar je in drie stappen je eigen gerecht kunt samenstellen. Het wordt derhalve makkelijk om te vergeten, dat bij een beetje restaurant alle ingrediënten niet smaken naar nummer 48.



Friday, 27 March 2015

PIKANT; STORY OF MY LIFE: Puur drama met een korrel zout

Soms vraag ik me af of ik stiekem gefilmd word. Dat ik de nietsvermoedende hoofdpersoon blijk van mijn eigen waargebeurde drama, terwijl ergens een onzichtbare regisseur allerlei sensationele plotwendingen bedenkt. Dit jaar begon met een geweldig intro, dankzij een droomvakantie en een filmisch huwelijksaanzoek. Precies op het moment dat ik me comfortabel begon te voelen in het geluk, stortte mijn wereld op overdreven theatrale wijze in. Terwijl alles kapot, dood of op ging, raakte ik langzaam uit de beste rol van m’n leven. Die van mezelf. Ach ja. Alles voor de kijkcijfers.

Misschien herken je het wel, dat je ineens merkt dat je jezelf aan het spelen bent- en niet aan het zijn. Doordat van alles in het water valt, is je hele zelfbeeld vertroebeld. Ik voelde mezelf ineens zo’n aandachtsgeil wijf dat tegen iedereen klaagt over haar taille, niet doorhebbende dat iedereen zich meer irriteert aan haar opgeblazen kutkarakter. Terwijl mensen om mij heen vroegen waarom ik in godsnaam zoveel werkdruk op mij nam, vond ik dat ze zich niet zo moesten aanstellen en probeerde een burn-out. Deze uiterste vorm van stress is hartstikke hip en kun je helemaal zelf creëren in 3 simpele stappen:
  1. Laat het je overkomen. Het heeft geen zin om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen keuzes op werkvlak, er is altijd iemand anders die jouw problemen beter kan oplossen.
  2. Stop met relativeren. Natuurlijk zijn er mensen die veertien uur per dag werken van hun twaalfde tot hun zeventigste jaar op een katoenplantage, maar zij begrijpen niet hoe zwaar het is voor je rug om de hele dag achter een bureau te zitten.
  3. Ga tot het gaatje. Omdat trots hoger gerangeerd staat dan realiteitsbesef, heeft het geen zin om toe te geven dat je hier wellicht niet voor gemaakt ben. 
Kort daarna liet ik mijn kat inslapen. Die vond het een uitgerekend moment om ongeneeslijk ziek te worden. Om het schokeffect te waarborgen, belde mijn vader daarna of ik zin had om langs te komen vanwege zijn onlangs opgelopen longembolie. Een uitstekende gelegenheid om tussen de koppige knalruzie van mijn vriend en zijn aanstaande schoonmoeder weg te glippen. Hm… wat miste er nog? Oh ja, saldo op mijn bankrekening. Ik weet nog hoe ik in mijn bed naar het plafond lag te staren, dat op drie verschillende plaatsen lekkage vertoonde. Toen knapte er iets.

“CUT!”

Ik weet niet meer waar ik de regie precies uit handen heb gegeven, maar dit kan ik toch zelf veel beter? Waarom de boel romantiseren, terwijl de naakte waarheid de meest ongelooflijke roman is? Langzaam voelde ik hoe een onvermijdelijk doemscenario veranderde in een bijtende satire. Ik besefte me dat de rol van allesbespottende sociopaat mij op het lijf was geschreven, dikgedrukt op mijn nog altijd groeiende taille. Als het leven klote is, kun je het in elk geval smaakvoller maken door het te nemen met een flinke korrel zout. Leedvermaak is tenslotte het beste vermaak, vooral als het van jezelf is. Dus dit is het, mijn kant van mijn eigen verhaal. Kom maar op met die Oscar.



Zoute chocopopcorn

Op deze manier kun je met enkele ingrediënten de perfecte popcorn maken, zonder ongepofte korrels en met een krokante bite.

·         Een handvol pofmaïs
·         Kokosolie
·         Pure chocolade
·         Grof zeezout


Rasp de chocolade en steek hierbij regelmatig wat in je mond. Verhit de olie in een ruime pan, de bodem moet bedekt zijn met een dun filmlaagje. Leg drie maïskorrels in de olie en sluit de pan af. Nadat je drie keer ‘pop’ hebt gehoord, haal je de pan van het vuur en verdeel je de overige maïskorrels over de bodem. Zeg 30 keer ‘chocopopcorn’ en zet de pan weer terug op het vuur. Zodra de korrels zich ontpoppen, houd je de deksel licht schuin om de hete stoom te laten ontsnappen en schud je de pan heen en weer. Wanneer je drie keer ‘chocopopcorn’ kunt zeggen tussen twee pops, haal je direct de pan van het vuur. Strooi de chocoladerasp en zout naar smaak over de popcorn, wanneer deze nog warm is.

Monday, 16 March 2015

WTF? (WHAT THE FOOD?): #Tafelmanieren

Ik heb het nog meegemaakt, dat ik achter de bar stond en er werd gebeld op het vaste nummer en gevraagd naar manlief. Dat ik dan uitlegde aan mevrouw dat het niet geoorloofd is om een naam te roepen vanachter de bar, dat wij de discretie van de veronderstelde gast dienen te waarborgen. Wanneer ik nadien naar de zithoek liep, waar meneer toevallig zat met zijn secretaresse, waardeerde hij dit overigens altijd met een riante fooi.

Tegenwoordig wordt er niet meer gebeld naar het vaste nummer. Wanneer je vandaag de dag belt naar een restaurant om bijvoorbeeld te reserveren, word er dikwijls opgenomen door een stem die overvallen lijkt door de telefonische vraag. Je krijgt de wedervraag of je de reserveringsapp nog niet hebt gedownload, of wordt onvriendelijk verzocht om gebruik te maken van het mailadres dat toch duidelijk op de site staat. Dat je uit bent op zoete revanche, blijkt wanneer je uiteindelijk op de per mail gereserveerde datum komt eten met een aantal gasten. Direct bij het plaatsnemen aan tafel wordt naast het voorgerechtbestek de smartphone gelegd, soms met lichte ergernis dat hier anno 2015 nog een servet in de weg ligt.

"Hoort de mobiel naast het mes, of naast de vork?"
Wanneer je je realiseert dat er een kelner aan tafel staat voor het aperitief, vraag je om de wijnkaart en de WiFi-code. Het is onnodig om erop te wijzen dat je in een eetgelegenheid zit, gezien je dit juist aan het delen bent op alle social media kanalen. Tegen de tijd dat de kelner erin slaagt om tussen het appen en sms’en door ieders menukeuze te achterhalen, is het moment aangebroken waarin je tafelgenoten grappige en/of onsmakelijke filmpjes laten zien. Het is handig dat de telefoons reeds in de aanslag zijn, wanneer vervolgens de eerste gang komt. Hiervan dient een stijlvol shot gemaakt te worden, dat door zoveel mogelijk mensen leuk kan worden gevonden. Wanneer dit is gelukt werk je het gerecht snel naar binnen, omdat het inmiddels afgekoeld minder goed smaakt. Dit is wanneer de meeste gezelschappen in een communicatief gat vallen. Natuurlijk kun je met elkaar praten, maar hoe druk je jezelf uit zonder emoticons? Je vlucht op weg naar het toilet, waarin je opstoot tegen mensen die blijkbaar niet doorhebben dat je tegelijkertijd checkt hoeveel ‘likes’ je reeds hebt behaald. Nadat het hoofdgerecht is gedeeld met iedereen die het interesseert en de koffie overgeslagen, dreigt het ongemakkelijke sociale moment van afscheid nemen. Gelukkig wordt dit onderbroken door een luide ringtone en een ‘sorry, deze moet ik echt even nemen!’. Uiteraard is er begrip voor, het is tenslotte niet makkelijk om in voortdurende verbinding te staan met de hele wereld.

Dat zal ‘m leren, die kelner met z’n reserveringsapp. Omdat de rekening op de cent af is vereffend middels mobiel bankieren, heeft hij tevens de riante fooi misgelopen. Het voordeel is dat hij zich niet meer hoeft te bekommeren om de discretie van de gast. Hij trekt achter de bar zijn mobiel tevoorschijn op een zichtbaar verhullende manier en typt iets op zijn tijdlijn. Iets over het lef waarmee gasten je niet aankijken, wanneer ze tegen je praten. De mevrouw die met haar lege glas al een aantal minuten zijn aandacht probeert te trekken, heeft hij niet gezien.

Monday, 9 March 2015

COCK-TALE: Spaans temperament uit het Oostblok

Als het gaat om mijn verjaardag, kan ik mij dankzij een gemêleerde vriendengroep altijd verheugen op een verrassende diversiteit aan cadeaus. Mijn mannelijke maten feliciteren mij doorgaans met flessen drank, om deze vervolgens zelf op te drinken en een gat in het geheugen te slaan. Mijn vrouwelijke vrienden daarentegen, kiezen voor een verrijkende ervaring om voor altijd te herinneren. Zij luisteren dan ook, wanneer ik (ongetwijfeld in een beschonken bui) zeg dat ik een opera meegemaakt wil hebben voordat ik dit leven uitzing. Persoonlijk zou ik een ander adviseren om dit kunstgenre te proeven, door een workshop te bezoeken of een theatervoorstelling met operafacetten. Mijn vriendinnen daarentegen kozen ervoor om voor de volledige trip te gaan met Georges Bizets honderdtachtig minuten durende ‘Carmen’.

Wanneer we het Rotterdamse Luxor binnenkomen, valt als eerste op dat men zich uiterst chic heeft gekleed voor de gelegenheid. Wat een verademing in dit tijdperk, waarin men met sokken onder hun slippers en een heuptas klakkeloos binnenwandelt in de vergane glorie van een casino. Even wanen we ons in Milaan, wanneer lange avondjurken en klassieke tenues de ville tevoorschijn komen bij het afgeven van de jassen aan de garderobe. Ondanks onze sneloverwogen parkeeractie waarmee we het terrein barricadeerden voor alle uitgaande verkeer, zijn wij stijlvol te laat. Haastig geven we onze acte de présence op de toegewezen vierde rij van het balkon.

Het eerste wat opvalt wanneer de doeken openslaan, is dat het gezelschap uit de door Rusland omsloten republiek Tatarije niet de schoonheidsprijs verdient. Het is zichtbaar in de decors en kostuums, dat het een Noordoost-Europese vertolking betreft van het opzwepende Sevilla in de Spaanse revolutie. Zelfs de kanariegele uniforms van de opdravende soldaten maken een sombere, onderdrukte indruk. De toon is gezet, wanneer de choreografie wordt ingezet. Dat opera niet over dansen gaat, blijkt wanneer op kozakachtige wijze de flamenco wordt geïnterpreteerd. Het lukt me niet om een giechel te bedwingen, terwijl een man links van ons tranen in zijn ogen heeft. Mogelijk is hij er ook van geschrokken.

Dan wordt er ingezet. De titelfiguur ziet er allicht uit als een vluchtig opgesmukte travestiet, haar vocalen trillen dwars door dit beeld heen. Ondersteund door twee nog vluchtiger opgesmukte sopranen, knallen zij het theater door- dwars door mijn oppervlakkige beschouwingen. Ik bedenk me, dat ze op de binnenlandse steppe van hun weggestopte staatje waarschijnlijk weinig middelen hebben tot hun beschikking. Geleidelijk aan ontwikkel ik een nieuw respect. Wanneer de mannelijke hoofdrolspeler zijn liefde aan Carmen verklaart met een donderende tenor, ben ik bijna letterlijk om. Zoveel kracht en tegelijkertijd finesse, als een Spicy Sour 43. Net als bij deze cocktail, kun je na een flinke dosis nog amper op je benen staan. Drie uur later ben ik overdonderd, uitgeput en dronken van geluk. 

Spicy Sour 43
§  40 ml Licor 43, liever iets teveel dan te weinig
§  15 ml geklopt eiwit (geen room, geen suiker)
§  Sap van 1 halve citroen
§  Crushed ice
§  Gedroogde chilipeper, vermalen tot poeder
§  Geraspte citroenschil

Schud het eiwit, de likeur en het citroensap in een shaker met ijsblokjes tot het een karnemelkachtige structuur heeft. Schenk het goedje door een strainer* in een tumbler met crushed ice. Top af met een flinke snuf gedroogde chilipeper en stukjes citroenschil.

*als je geen strainer hebt, gebruik dan een zeefje of desnoods een schuimspaan- wees creatief